Rillend ontwaken in een huis dat niet meer ademt. Lege flessen verzameld in formaties onder de bank, de lijmresten met een keukenmes verwijderd van de trap, nagelaten spijkers op zoek naar contact in een kale muur.
Ze werpt een laatste blik in de keukenkastje. Er zijn geen op te vullen leegtes meer, geen uitgestoken hand die in de hare past. Niemand die nog meekijkt in haar ziel. De uitgeharde resten van een tastbaar leven zijn vakkundig afgevoerd, klaar voor hergebruik. Ze stalt herinneringen in liefdeloze dozen.
Eerder verschenen in: MUGzine 20