Aiiii – het einde van de ambachtelijke dichter

…. en zo krijgen we aan de ene kant de dichters die zich verschansen achter hoogopgetrokken muren van verzet tegen chat, bang dat ze vervangen worden door een bazelende bot; en anderzijds de durfals die hun nietsontziende experimenteerdrang uitleven, die hun palet van woordtechnieken uitbreiden met codetaal en algoritmisch woordgeweld.

AI inzetten voor het schrijven van poëzie kan op vele manieren. Doorgaans experimenteren mensen door een tool zoals ChatGPT een opdracht te geven (een ‘prompt’) tot het schrijven van een gedicht met bepaalde woorden of in de stijl van een bekende dichter. Er rolt iets uit, sneller dan een dichter denken kan.

Een generatief taalmodel zoals ChatGPT is in feite een hele snelle rekenmachine. Gevoed met miljoenen gestructureerde woorden is zo’n model een meester in het voorspellen van het volgende woord in een zin. In feite precies het tegenovergestelde van wat poëzie vermag: verrassen, onvoorspelbare zinsstructuren, taalspel.

De modellen worden steeds beter, maar de chatbot blijft een pleaser. Hij zal inzetten op vormkenmerken die die door het brede publiek geassocieerd worden met poëzie: natuurelementen, sfeer en bepaalde beelden en gevoelens. Geoefende poëzielezers daarentegen zullen een werk juist waarderen om wat níet voorspelbaar is: complexiteit, verrassing, een zekere mate van vervreemding. Kenmerken die traagheid en aandachtige lezing vereisen.

AI wordt door kunstenaars vooral gebruikt als ‘responsief materiaal’. Maar hoewel het gebruik van generatieve AI op individueel niveau kan helpen om nieuwe ideeën te genereren, blijkt het voor de groep als geheel te leiden tot homogenisering: we wijken van de gebaande paden af maar doen dat op dezelfde wijze – alle creatieve ideeën gaan op elkaar lijken. We kunnen AI beter inzetten om meer te begrijpen van de menselijke creativiteit. Hoe werkt poëzie: het schrijven ervan, het waarderen of (niet)begrijpen, het spel met de taal.

Het schrijven van een gedicht vergt tijd. Het vraagt om nieuwsgierigheid, verbeeldingsruimte en traag denken. De waarde zit in het maken: de drang van het idee, het plezier en gezwoeg, het kneden van de taal, het in elkaar timmeren en uit elkaar trekken van de zinnen tot de losse woorden opnieuw een levend organisme zijn geworden, het gisten, even laten rusten en de volgende dag weer oppakken.

AI maakt van poëzie een afbakbroodje, maar de ambachtelijke bakker staat voor dag en dauw tot de ellebogen in de bloemige mist. Wat er uiteindelijk uit de oven komt ruikt misschien net zo lekker, maar over de smaak valt te twisten.

Deze column schreef ik voor Meander magazine

how to write poetry with a restless mind

A restless mind
is like restless legs
keep moving
‘cause they won’t stop itching,
won’t stop scratching the surface
until they unburied
what lies beneath.

A restless mind
is like a puppy-dog tail
wiggling and wining
to get a sparkle of attention.

Writing poetry with a restless mind
or writing at all, or a mind of its own, for that matter
is like trying to tame
a hallucinating chatbot.

All you can do
is step aside
and let the mind
unwind.

Poëzie horen in het zoemen van een mug

In mijn vrije tijd ben ik graag bezig met poëzie. Zo schrijf ik al vanaf het eerste nummer de korte intro’s van het kleinste poëziemagazine van de lage landen. MUGzine is een mini-uitgave van poëzie en beeld, het formaat is A6 en elk nummer heeft 16 of 20 pagina’s. Wat begon als een bescheiden experiment om eens wat gedichten te publiceren, groeide al snel tot het idee om dichters en kunstenaars te vragen om een bijdrage. Na verloop van tijd heeft MUGzine meer bekendheid opgebouwd en zo verschenen er meer en meer dichters en kunstenaars op de kleine bladzijden.

Elk nummer heeft een oplage van 100 gedrukte exemplaren, en is gratis te downloaden als pdf. Mocht je nieuwsgierigheid zijn gewekt: neem een kijkje op de website of mail naar
mugazines@yahoo.com voor een gedrukt exemplaar.

De teringtakkefee

Mijn zoon vraagt ‘Wat is tering? De takketeringfee die alles verziekte met haar teringtoverkunsten.’

Ik: ‘Nou die kabouter kan wel vloeken zeg’

Zoon: ‘tis de Rat’

(Paul Biegel mijn kinderboekenheld!!!)

In de woonkamer intussen: twee blote voeten, de rest van de puber verdwenen achter de bank. Ze zoekt haar konijn dat niet onder de bank vandaan wil komen. Soms heb ik werkelijk het idee dat ik meespeel in Alice in Wonderland….

Koorddansen

De tijd heeft zich uitgerold tot een dunne
draad, een zilveren snaar van gesponnen
verwachtingen. Het koord zingt onder je
voeten, fluistert verhalen van wolkenlopers
en luchtacrobaten die dansen met de wind.
Je lijf is een veer, een vogel, elke stap
een sprong in het onbekende. Hier,
op de grens van vallen en vliegen,
schrijf je met elke stap een verhaal dat
zweeft, op de dag dat de wind
vol geheimen zit.

In: MUGzine #27

Van je voetstuk

Daar sta je dan. De laatste keer in dit
theater, tussen spiegel en publiek, het
ego nog eenmaal gestreeld. Een beetje
rondwaren op een podium, in de spotlights,
op je zelfgecreëerde voetstuk. Gefrommel
in de marge.

Ladder in panty
Oorbel kwijt
Sjaal verloren

Is dat het script?

Hoog in de coulissen klimt een kater,
regisseur van de achtergebleven stilte.

Fluisteringen in het duister, in de
orkestbak wordt gerommeld.

De zaal is leeg.

In: MUGzine 15

ruimtevaarders in de liefde

Soms wou ik dat de aarde plat was. Dat de zwaartekracht wat makkelijker losliet. Eenmaal op aarde kom je er niet van af zonder definitief afscheid. We hebben geen tweede planeet zoals deze, wel een heel stelsel met zon, maan en sterrengruis. Er is zelfs een Rode Dwergplaneet, maar een andere aardbol is nog niet ontdekt. 

En dit doet me denken aan de liefde. Met het fenomeen vaste partner – een pleonasme van jewelste want een losse partner is geen, tja, want wat is het kenmerk van een partner? Dat je eraan vastzit. Je kunt niet de partner zijn van iemand die jouw partner niet is. Dat is raar. Want de meeste mensen hebben geen partner achter de hand ‘voor het geval dat’.

Volgens mij brengt het denken in vaste partners een verstarring van het volledige potentieel dat liefde is. Of, zou kunnen zijn. Hokjes, in plaats van. Zit je al met de één in een hok, kan daar geen ander meer bij, alleen nog ervoor in de plaats. En daarom loopt het spaak, dat halsstarrige partnerdenken, want als de plek eenmaal bezet, is die voor altijd bezet. De vaste partner blijft op planeet Aarde waar hij eens is geland. Uit angst dat een andere planeet hem zal verschroeien of laat zweven blijft de bange partner liever met de voetjes aan de grond gebonden. 

De liefde heeft meer astronauten nodig.

Phiiiiihjoem

Laatst vertelde iemand dat bloemen een geluidje maken wanneer ze worden afgesneden. Het is niet hoorbaar voor het menselijke blootoor, dat grofgesneden flaporgaan, neenee, daar zijn bloemen veel te verfijnd voor. Het gebrom van de wasmaaier, de elektrische hegversnipperaar of het genadeloze dzjenggg van de onkruidverdamper, ja dat horen we wel. Maar bloemen? Bloemen zijn stil.

Bloemen koop je in een winkel en zet je in een vaas. Stille levens in de knop gebroken, afgesneden van vruchtbare grond om in een iel vaasje op een keurig afgestofte vensterbank mooi staan te zijn voor de vergetelheid. Eén week, als het meezit. Daarna de kliko.

Wat voor geluid zouden ze maken? Een angstige piep? Een hard edoch onhoorbaar AUW? Of een zucht van verlichting, snakkend naar de laatste adem,

Phiiiiihoem?

Dag, lieveling.

Dag Boterbloem.

Scharrelruimte

Creativiteit vraagt om een speeltuin, om scharrelruimte voor vrije gedachten. Knellende deadlines, smart geformuleerde korte termijn doelen, ze nodigen bepaald niet uit om buiten de gebaande kaders te gaan. Organisaties die zelf geen vrije denkruimte creëren, halen de mosterd graag van buiten. Creativiteit op afroep, het opentrekken van een blik kunstenaars met de garantie op nieuwe invalshoeken die niemand had voorzien. En dan is het de kunst om níet direct door te schieten in de oplossingsgerichte modus, om alle opties tijdloos te laten sudderen.

Als robots straks het meeste werk doen, dan worden creativiteit, passie en buiten de lijntjes kleuren pas echt van levensbelang. Dat het nog lang niet zo ver is, mag blijken uit de opleving van de kleurboeken voor volwassenen. De wereld schrééuwt om conceptuele denkers, om
creatieve geesten. Die robots mogen dan wel buiten hun veiligheidskooi gaan functioneren, outside the box denken kunnen ze nog niet.

Laat ze er nog maar even inzitten. Dan kunnen we intussen nog even spelen met onze
3D-printers, VR-brillen en zingende bananen. Het is de vraag of het trucje dat we zo stap voor
stap voordoen ook uitnodigt échte creativiteit. Leren programmeren mag dan goed zijn voor het verhogen van de frustratietolerantie, maar of de creatieve geest er gelukkig van wordt? Echt experimenteren is pas mogelijk als het ook mag mislukken, als de uitkomst volledig onvoorspelbaar en vormvrij mag zijn. Door met je poten in de klei te staan, hoofd in de wolken. Daar hoef je geen kunstenaar voor te zijn. Kind waren we allemaal.

in: DURF! https://www.cubiss.nl/sites/default/files/bestanden/actueel/DURF13112015.pdf