Frankie

We hebben een klimgeniek konijntje te logeren. Hoeveel obstakels we ook opwerpen, hoe meer we het hek ophogen, hoe vaak we een extra muur om hem heen bouwen, Frankie wringt zich er met souplesse en een zeker plezier doorheen. Soms ben ik bang dat hij zichzelf op een pin van het hek spietst, maar hij worstelt en komt boven. Niet dat het avontuur hem lokt, de grote verlossing. Nee, dat kan het niet zijn. Want na elk avontuur zit hij vervolgens doodgemoedereerd op een halve meter afstand van zijn hok op zijn gedachten te kauwen.

Was hij in een vorig konijnenleven in dienst bij Houdini? Heeft hij vorige levens versleten onder de knoet van een te strenge huwelijksmoraal? Is hij een berucht misdadiger geweest die keer op keer wist uit te breken?

Op zolder zit een stuk venijn. Ze wil ontsnappen maar overal zijn diabolische spelingen van het lot, die voorkomen dat ze uit het raam springt. Daarbuiten is geen groener gras. Oh Frankie.

Pure poëzie

Poëzie laat zich niet in woorden vangen. Pure poëzie laat zich koninklijk ontvangen op een bankje in de zomerzon, naast een stenen huisje. De eerste zonnestralen, krakende vogels en het huisje dat uit haar voegen barst. De konijnen zijn dood. Ver weg glijdt een zilvervliegtuig zachtjes door de blauwe zon. Een muurwolk verschuift de stilte. Nog even bibberend genieten. Straks valt alles om.

Poëzie uit het onverwachte

Soms valt je een stukje tekst toe dat je even aan de werkelijkheid onttrekt. Een passage over tranen als doorzichtige visjes, over woorden die we tegen God fluisteren of iemand die voor ons het allerbelangrijkst is. Het zijn cadeautjes uit onvoorziene hoek. Ze zijn een aansporing om het leven niet te accepteren zoals het is:

Ik zag gisteren die ogen en kom daarom niet op het werk.

Ik kan onmogelijk vandaag komen want mijn man is naakt en zo mooi.

Ik kom vandaag niet naar de vergadering omdat mijn vrouw hierbuiten aan het zonnebaden is en de zon haar huid zo mooi laat glanzen.

Er zijn ook nadrukkelijker pogingen om poëzie in het ‘echte’ leven toe te laten, bijvoorbeeld via een niet onsympathieke kettingmailactie. Zomaar een gedicht in je mailbox krijgen van een onbekende, of van een onverwachte bekende. Opvallend zijn de uitvluchten om niet mee te hoeven doen. Behalve een paar gedichten kwamen er gedachten binnen….

‘Ik heb deze dagen mijn hoofd niet zo bij dit soort zaken…’

‘Leuk, maar ik was druk met schilderen.’

‘Ik houd niet van poëzie.’

‘Ik houd van jou & poëzie. Vandaag sla ik over.’

.

Nee, doe dan maar poëzie. Uit het onverwachte.

De zinnen uit het eerste stukje komen uit Het verdriet van de engelen van de Ijslandse auteur Jón Kalman Stefánsson