Er zijn dagen waarop er niets gebeurt. Dagen dat de lucht niet trilt, dat de man niet gaat, dat er niemand aan de lijn blijft hangen. Zelfs geen peuter met de pruillip aan het prikkeldraad. Het is de afwezigheid van iets. Van licht, van luchtverplaatsing. Het is windluwte.
Je proeft het. Windluwte is een woord waarop je niet kunt kauwen. Het woord is wachten. Wachten is hier op zijn plaats, een wonderlijk wachten tot er niets gebeurt. Wachten tot er een gedachte uit de lucht komt vallen die de spiegelende wolkenwerkelijkheid doorbreekt. Je knippert met je roze ogen, het decor verandert als je nog eens knipt. Het gedacht laat zich niet verzinnebeelden. Zelfs niet op de perfecte dag voor een gedicht.