De poëzietrap (concept)

Dagelijks betreden honderden bezoekers de trap tussen de entree van de Koninklijke Bibliotheek en de hal daarboven, waarachter de ingang van de leeszaal schuilgaat. Mensen met het hoofd in de wolken, de voeten mechanisch van de ene naar de andere trede verplaatsend. Mensen die behoedzaam trede voor trede de maatschappelijke ladder beklimmen, en mensen die een paar treden overslaan terwijl ze met haastige spoed naar beneden struikelen. Mensen die opgaan in de dingen die te doen staan, of de dingen die geweest zijn. Maar waar bevinden ze zich ‘nu’?

Om de traplopers (daarbij) stil te laten staan, zetten we het geschreven woord in – want dat doet de KB. En waar komt het geschreven woord nou mooier tot bloei dan in de poëzie? De KB-Collectie staat bol van de poëzie, vergeten en gevierde woordkunstenaars die we willen verbinden met het hier-en-nu. Dat doen we door de trap die de twee onooglijke stukjes ruimte met elkaar verbindt, te vervrolijken met poëzie. Het idee is om het geschreven woord te vieren door via die trap een gedicht te laten verschijnen, door bijvoorbeeld met AR een laagje te leggen om de werkelijkheid, waardoor je bij het bestijgen van de trap woorden uit een gedicht te zien krijgt, of te horen als je op een bepaalde trede gaat staan. Een andere optie is het ‘projecteren’ of zichtbaar maken van gedichten via de wand naast de trap. Liefst in interactie met bezoekers, bijvoorbeeld door woorden, zinnen of gedichten te laten toevoegen door het ‘gewone’ publiek, of te laten genereren met AI, en door activiteiten te programmeren rondom poëzie.

Poëzie uit het onverwachte

Soms valt je een stukje tekst toe dat je even aan de werkelijkheid onttrekt. Een passage over tranen als doorzichtige visjes, over woorden die we tegen God fluisteren of iemand die voor ons het allerbelangrijkst is. Het zijn cadeautjes uit onvoorziene hoek. Ze zijn een aansporing om het leven niet te accepteren zoals het is:

Ik zag gisteren die ogen en kom daarom niet op het werk

Ik kan onmogelijk vandaag komen want mijn man is naakt en zo mooi

Ik kom vandaag niet naar de vergadering omdat mijn vrouw hierbuiten aan het zonnebaden is en de zon haar huid zo mooi laat glanzen

Er zijn ook nadrukkelijker pogingen om poëzie in het ‘echte’ leven toe te laten, bijvoorbeeld via een niet onsympathieke kettingmailactie. Zomaar een gedicht in je mailbox krijgen van een onbekende, of van een onverwachte bekende. Het opvallendst zijn echter de vele uitvluchten om niet mee te hoeven doen. Behalve gedichten kwamen er gedachten….

Ik heb deze dagen mijn hoofd niet zo bij dit soort zaken…

Leuk, maar ik was druk met schilderen.’

Ik houd niet van poëzie.’

Nee, doe dan maar poëzie. Uit het onverwachte.

De zinnen uit het eerste stukje komen uit Het verdriet van de engelen van de Ijslandse auteur Jón Kalman Stefánsson

Frankie

We hebben een klimgeniek konijntje te logeren. Hoeveel obstakels we ook opwerpen, hoe meer we het hek ophogen, hoe vaak we een extra muur om hem heen bouwen, Frankie wringt zich er met souplesse en een zeker plezier doorheen. Soms ben ik bang dat hij zichzelf op een pin van het hek spietst, maar hij worstelt en komt boven. Niet dat het avontuur hem lokt, de grote verlossing. Nee, dat kan het niet zijn. Want na elk avontuur zit hij vervolgens doodgemoedereerd op een halve meter afstand van zijn hok op zijn gedachten te kauwen.

Was hij in een vorig konijnenleven in dienst bij Houdini? Heeft hij vorige levens versleten onder de knoet van een te strenge huwelijksmoraal? Is hij een berucht misdadiger geweest die keer op keer wist uit te breken?

Op zolder zit een stuk venijn. Ze wil ontsnappen maar overal zijn diabolische spelingen van het lot, die voorkomen dat ze uit het raam springt. Daarbuiten is geen groener gras. Oh Frankie.