Phiiiiihjoem

Laatst vertelde iemand dat bloemen een geluidje maken wanneer ze worden afgesneden. Het is niet hoorbaar voor het menselijke blootoor, dat grofgesneden flaporgaan, neenee, daar zijn bloemen veel te verfijnd voor. Het gebrom van de wasmaaier, de elektrische hegversnipperaar of het genadeloze dzjenggg van de onkruidverdamper, ja dat horen we wel. Maar bloemen? Bloemen zijn stil.

Bloemen koop je in een winkel en zet je in een vaas. Stille levens in de knop gebroken, afgesneden van vruchtbare grond om in een iel vaasje op een keurig afgestofte vensterbank mooi staan te zijn voor de vergetelheid. Eén week, als het meezit. Daarna de kliko.

Wat voor geluid zouden ze maken? Een angstige piep? Een hard edoch onhoorbaar AUW? Of een zucht van verlichting, snakkend naar de laatste adem,

Phiiiiihoem?

Dag, lieveling.

Dag Boterbloem.

Scharrelruimte

Creativiteit vraagt om een speeltuin, om scharrelruimte voor vrije gedachten. Knellende deadlines, smart geformuleerde korte termijn doelen, ze nodigen bepaald niet uit om buiten de gebaande kaders te gaan. Organisaties die zelf geen vrije denkruimte creëren, halen de mosterd graag van buiten. Creativiteit op afroep, het opentrekken van een blik kunstenaars met de garantie op nieuwe invalshoeken die niemand had voorzien. En dan is het de kunst om níet direct door te schieten in de oplossingsgerichte modus, om alle opties tijdloos te laten sudderen.

Als robots straks het meeste werk doen, dan worden creativiteit, passie en buiten de lijntjes kleuren pas echt van levensbelang. Dat het nog lang niet zo ver is, mag blijken uit de opleving van de kleurboeken voor volwassenen. De wereld schrééuwt om conceptuele denkers, om
creatieve geesten. Die robots mogen dan wel buiten hun veiligheidskooi gaan functioneren, outside the box denken kunnen ze nog niet.

Laat ze er nog maar even inzitten. Dan kunnen we intussen nog even spelen met onze
3D-printers, VR-brillen en zingende bananen. Het is de vraag of het trucje dat we zo stap voor
stap voordoen ook uitnodigt échte creativiteit. Leren programmeren mag dan goed zijn voor het verhogen van de frustratietolerantie, maar of de creatieve geest er gelukkig van wordt? Echt experimenteren is pas mogelijk als het ook mag mislukken, als de uitkomst volledig onvoorspelbaar en vormvrij mag zijn. Door met je poten in de klei te staan, hoofd in de wolken. Daar hoef je geen kunstenaar voor te zijn. Kind waren we allemaal.

in: DURF! https://www.cubiss.nl/sites/default/files/bestanden/actueel/DURF13112015.pdf

Het is altijd de zee

Voor je ligt de zee. Het kind dat je was,
het mollig lijfje opgetild, je vader met zijn
voeten in het nazomerzand. Je ogen reiken
verder dan de horizon. Wat weet je van
verlangens in de golven, de tijd die vloeit
is reeds een foto in de verte, een vergeelde
voetnoot bij het heden. Wanneer je terugkomt,
elk jaar een andere kust, de meeuwen hoort,
dan sta je daar met je arm vol zachte woorden.

In: MUGzine 12

In het nachtruim

We varen de nacht in met een ruimteschip vol donkere gedachten. De jongen ligt naast me in een zacht moment, in goudomrande uren. Het licht verandert ons, we spinnen draad van stro. Hij vertrekt op sokken, laat een spoor van zand dat ik in de verste verte niet kan volgen.

Lees verder in MUGzine 23

Nog geen dichter

Ik ben een dichter in het diepst van mijn gedichten, een dj in geheimen en jij ligt op de draaitafel, scalpels en scissors worden geslepen en jij weet niet wat je rustig ligt af te wachten. Savasana. Hosanna.

Ik ben een dichter in het diepst van mijn dromen en jij vliegt weg met je vleugels van was, je vliegt weg van wie we zouden zijn als je vleugels beter vast zouden zitten. Nu durf je eindelijk te dromen en smelt de mogelijkheid weg door het verlangen nog dichter bij de zon te zijn. Ik gaf je vleugels en je leerde me dat tranen van geluk hetzelfde smaken als verdriet om wat er nooit zal zijn.

Ik ben een dichter in het diepst van mijn gedachten. Een konijn ben ik in mijn garage zonder ramen waar regenbogen schuilgaan onder gebogen woorden.

Dag vogels

dag vogels
in het omgewaaide bos
dag dwaasgier op de drempel
die de morgen niet haalt

Eindelijk, de gierzwaluwen zijn terug, die uitgelaten buitelende
lentebodes. Ze brengen melodie in de dagen, schilderen lichtbanen in het diepen donkerste blauw. Ze koersen op hun eigen kompas. Vlieg! Ook zonder vaste
grond. Een landing zonder voeten is geen landing.

Eerder verschenen in: MUGzine22

Vrij onwaarschijnlijk

Met een aan onwaarschijnlijkheid grenzende nieuwsgierigheid
Met een aan zekerheid grenzende onwaarschijnij
Met een aan onzekerheid grenzende waarsch

Met een ontgrenzende grensoplossende grensvervagende normverlagende
met een aan normovervraging grenzende glijdende schaal van kleine kans op onwaarschijnlijke seks
begaf hij zich naar de overkant.

Ochtend

’s Ochtends tussen 8:00 en 8:01, de luiken gaan open. Goud likt aan de
randen van de dag, verdrijft de mist van de omliggende velden. Er blinkt iets in de
verte. Een zonnestraal valt op de wand van een papieren pakhuis, als smeltend
schaafijs. Het licht raakt mijn binnenste oog en verdooft de doffe werkdag waar
ik naar op zoek was. Ik leg mijn voeten op het kussen en tast naar de roze bril. Een lichtpuntje, voordat ik voorgoed verzink in alledaagse lethargie.

In: MUGzine nr. 21

Luw

Er zijn dagen waarop er niets gebeurt. Dagen dat de lucht niet trilt, dat de man niet gaat, dat er niemand aan de lijn blijft hangen. Zelfs geen peuter met de pruillip aan het prikkeldraad. Het is de afwezigheid van iets. Van licht, van luchtverplaatsing. Het is windluwte. 

Je proeft het. Windluwte is een woord waarop je niet kunt kauwen. Het woord is wachten. Wachten is hier op zijn plaats, een wonderlijk wachten tot er niets gebeurt. Wachten tot er een gedachte uit de lucht komt vallen die de spiegelende wolkenwerkelijkheid doorbreekt. Je knippert met je roze ogen, het decor verandert als je nog eens knipt. Het gedacht laat zich niet verzinnebeelden. Zelfs niet op de perfecte dag voor een gedicht.

Kantoor

Een huiskamer is geen kantoor, er loopt van alles
in en uit het praat en vraagt en praat maar door
de witte was en waarom ben je thuis
een huis is geen kantoor.

Een slaapkamer is geen kantoor, gordijnen dicht
en op 1 oor en liefst een beetje 
donker huh wat doe jij hier?
slapen doe je thuis.

Een zolderraam geeft uitzicht, geen 
gebouw ervoor, maar zicht op gras en
daken, hé waar kijk je naar?
vreemde vogels tellen ook.

Een kinderkamer met piraat en knuffels, buiten
klinkt alweer die boor, de buurman
is ook thuis, hij werkt vandaag niet
op kantoor.

Was er geen was, geen vaat, geen vragen
wanneer ga je weg? je bent er wel
maar hebt nooit tijd, wat moet ik met gezelligheid
kwil werken maar da’s moeilijk hoor
een woning als kantoor.